Melanotaenia boesemani

Nederlandse naam
Boesemani regenboogvis

Omschrijving
Melanotaenia boesemani is een middelgrote regenboogvis. De mannetjes van deze soort worden in de natuur zo'n 15 cm lang, maar in het aquarium worden ze meestal niet groter dan zo'n 10 tot 12 cm. De vrouwtjes worden over het algemeen minder groot dan de mannetjes. Van deze soort vallen vooral de mannetjes op door hun mooie kleuren en lichaamsbouw. De voorste helft van het lichaam van de mannetjes is prachtig blauw gekleurd terwijl de achterste helft van het lichaam kan variëren van enigszins gelig tot een fel oranje. Vooral in de ochtend zijn deze vissen op hun mooist gekleurd en op dat moment is vooral het blauwe deel van de vis veel intensiveer gekleurd. De vrouwtjes van deze soort hebben min of meer dezelfde grondkleur als de mannetjes, maar zijn veel minder intensief van kleur. Dit uit zich in een licht oranje gekleurde achterzijde van het lichaam en een enigszins grijsgroene kleur aan de voorzijde van het lichaam. Ook hebben de vrouwtjes van deze soort een meer gestroomlijnd lichaam dan de mannetjes. 

Mannetjes M. boesemani (klik op de foto voor een vergroting)

Vrouwtjes M. boesemani

Huisvesting
Net zo als alle andere regenboogvissen moet Melanotaenia boesemani in een school gehouden worden en zo nu en dan kunnen het drukke zwemmers zijn. Een absoluut minimum aantal voor een school van deze vissen is naar mijn mening 6 stuks (drie mannetjes + drie vrouwtjes), maar gezien het karakter van deze soort is het beter om ze in een  grotere groep te houden. Vanwege het formaat dat deze soort kan bereiken moet dan ook voorzien worden in een voldoende groot aquarium. Zelf houd ik deze soort in een aquarium van 1 meter lang en een waterinhoud van 300 liter. Persoonlijk vindt ik een aquarium van een meter lang toch wel een minimum voorwaarde voor deze soort en is een nog groter aquarium eigelijk wel aan te raden (mits mogelijk). Zelf kon ik helaas geen langer aquarium plaatsen dan een aquarium van een meter, maar om dit te compenseren heb ik wel voor een relatief breed aquarium gekozen met een breedte van 60 cm. Deze soort houd van een goed beplant aquarium, waarbij er met de beplanting wel rekening gehouden moet worden dat er voldoende vrije zwemruimte is voor de vissen. In mijn eigen aquarium zorg ik ervoor dat de beplanting in de voorste 20 tot 30 cm niet hoger wordt dan zo'n 15 cm, waardoor de vissen niet gehinderd worden door de planten in mijn aquarium. In mijn eigen aquarium heb ik ook afgezien van een hoge randbeplanting aan de zijkanten van mijn aquarium, waardoor de volledige lengte van het aquarium ten goede komt aan de vissen.

Aquarium condities
Melanotaenia boesemani leeft in relatief warme wateren waardoor deze soort een hogere temperatuur vraagt dan de meeste andere regenboogvissen. In de natuur leeft deze soort in watertemperaturen van zo'n 25 tot 30 °C, waarbij een temperatuur van 27 tot 28 °C als optimaal geld. In mijn eigen aquarium houd ik een relatief seizoensgebonden temperatuur aan. In de winter ligt mijn aquariumtemperatuur tussen de 25 en 26 graden, terwijl de temperatuur van mijn aquarium in de zomer meestal oploopt tussen de 27 en 28 graden. De natuurlijke leefomgeving van deze soort bestaat uit relatief hard, licht alkalisch water. Deze soort is in het aquarium relatief tolerant, maar deze soort geeft de voorkeur aan middelhard tot hard water. In het aquarium is een totale waterhardheid van boven de 10 °DH en een pH waarde tussen de 7 en 8 optimaal voor deze soort. In mijn eigen aquarium houd ik deze vissen in water met een een GH van 10 tot 12 °DH, KH van 4-5 °DH en een pH die ligt tussen de 7 tot 7,2. Bij deze soort en regenboogvissen in het algemeen wordt tevens aangeraden om wekelijks minimaal 20% van het aquariumwater te vervangen, aangezien dit de conditie en kleuren van de vissen ten goede komt. 

Kleur- en lichaamsontwikkeling
Regenboogvissen staan erom bekend dat het relatief lang duurt voordat ze hun volledig schoonheid laten zien wat betreft kleuren en lichaamsbouw. Ook aquariumomstandigheden beïnvloeden de kleuren van de vissen sterk, waardoor stress en slechte wateromstandigheden de kleuren van deze vissen negatief beïnvloeden. Ook Melanotaenia boesemani voldoet aan deze eigenschappen wat ervoor zorgt dat de kleuren van deze soort in de winkel vaak tegenvallen. Ook de karakteristieke hoge rug van de mannetjes zijn vaak nog niet ontwikkeld bij de mannetjesvissen in de winkel. De mannetjes die ik kocht voor mijn aquarium waren wat betreft lichaamsbouw al redelijk ontwikkeld, maar de kleuren bleven nog ver achter bij wat mogelijk is. Als voorbeeld hiervoor staan links twee foto's van dezelfde vis ongeveer twee weken na aankoop en 7 maanden later. Hierbij moet ik vermelden dat de getoonde vis het minst fel gekleurde mannetje is in mijn aquarium en de tweede foto genomen is op een moment dat zijn kleuren op zijn best uitkomen (terwijl hij bezig is een ander mannetje uit de school te imponeren). Hoewel deze vis op andere moment van de dag zeker niet zo mooi gekleurd is als op de foto, zijn de kleuren van de vissen in enkele maanden tijd zeer sterk verbeterd. Gezien de leeftijd van deze vissen toen ik ze kocht vermoed ik dat de kleurontwikkeling voor een groot deel te danken is aan een goede waterkwaliteit en voeding, aangezien enkele jonge vissen die ik uit eigen kweek aan het opkweken ben reeds na vier maanden een betere kleurontwikkeling laten zien dan mijn eerste vissen hadden na aankoop op een al veel latere leeftijd. Bij de vrouwtjes komt de kleurontwikkeling naar mijn idee nog later opgang en bij de vrouwtjesvissen in mijn aquarium waren in eerste instantie nauwelijks kleuren te zien. Echter ook de vrouwtjes van deze soort vertonen momenteel ook steeds betere kleuren zoals op de linker foto's te zien is. Opvallend in het uiterlijk van de vrouwtjes is de nadrukkelijke onderhuidse aanwezigheid van zwarte strepen, die vooral goed zichtbaar zijn als de vrouwtjes elkaar onderling proberen te imponeren. Bij één van de vrouwtjes in mijn aquarium is dit verschijnsel zelfs zo sterk dat de voorste helft van het lichaam bijna geheel zwart lijkt, zoals op de onderste foto links is te zien. De uiteindelijke kleur en lichaamsbouw van de vissen zal per individuele vis sterk verschillen bij deze soort. Bij de mannetjes in mijn aquarium zijn er grote verschillen te zien in de kleur van het achterste lichaamsdeel wat uiteen loopt van een bijna geel tot fel oranje, terwijl ook de grote van het oranje deel verschilt per vis en de intensiteit van de kleuren van de vinnen per vis sterk kunnen verschillen. Om de kleuren van de vissen goed uit te laten komen kan ook de keuze van de verlichting sterk bijdragen. Over het algemeen zullen de kleuren van deze soort wat mooier uitkomen onder een wat zwakkere verlichting, hoewel de kleuren wel hard genoeg zijn om ook onder een felle verlichting goed uit te komen. In mijn eigen aquarium geeft vooral de lamp 'Original Tropical' van Arcadia een zeer mooie kleurweergave van het blauwe en oranje deel van deze soort, waardoor ik 's avonds bij het afbouwen van de verlichting ervoor zorg dat deze lamp als laatste uitgaat.

Mannetjes M. boesemani twee weken na aankoop

Het zelfde mannetje 7 maanden later

Vrouwtjes M. boesemani twee weken na aankoop

Het zelfde vrouwtje 9 maanden later

Vrouwtjes M. boesemani in 'bronskleed' 

Gedrag
Naast een aantrekkelijk uiterlijk hebben de regenboogvissen ook een interessant gedrag om naar te kijken en zo ook natuurlijk de hier beschreven soort Melanotaenia boesemani. In tegenstelling tot veel soorten scholenvisjes is er in een school van deze soort een duidelijke rangorde aanwezig tussen de vissen en vervalt men vooral in het klassieke schoolgedrag in geval van stress en zo nu en dan ook bij baantjes trekken door het aquarium. Vooral bij de mannetjes in mijn aquarium is een vrij duidelijke rangorde ontstaan tussen de mannetjes onderling, waarbij de twee mannetjes die het hoogst in rang zijn elkaar onderling vaak proberen te imponeren, terwijl zij voor de overige drie mannetjes uit de school maar weinig oog hebben. De overige drie mannetjes proberen ook maar zelden de sterkere mannetjes te imponeren en zijn vooral onderling regelmatig bezig elkaar te imponeren. Naarmate de tijd verstrijkt lijken de verhoudingen meer en meer bepaalt, waardoor de vissen naar mijn idee tegenwoordig minder bezig zijn elkaar te imponeren dan de eerste maanden het geval was. Net als de mannetjes proberen ook de vrouwtjes elkaar onderling te imponeren en vaak nog wel feller dan de mannetjes. Het is mij echter nog niet gelukt een onderlinge rangorde tussen de verschillende vrouwtjes te vinden in mijn aquarium.

Het meest actief is deze soort in de ochtend, wat ook het tijdstip is dat deze soort paart. Om deze tijd van de dag zijn dan ook vaak de mooiste kleuren waar te nemen bij de vissen en het mooiste gedrag. In de ochtend komt de rangorde van de vissen ook het sterkst naar voren, aangezien vooral het sterkste mannetje actief de vrouwtjes het hof probeert te maken, terwijl de ongewenste mannetjes (en vrouwtjes) op dit tijdstip meestal resoluut weggejaagd worden door het sterkste mannetje. Buiten de ochtend lijken zowel de mannetjes als de vrouwtjes vooral onderling aandacht voor elkaar te hebben en is er weinig spraakmakend contact tussen de verschillende sekses. 

Kweek
Melanotaenia boesemani is een redelijk gemakkelijk te kweken vissen. Zoals bij het gedrag al aangegeven is paren deze vissen in de ochtend. Deze soort geeft er de voorkeur aan de eieren af te zetten in fijnbladige planten, maar in mijn aquarium ben ik ook eieren tegengekomen tussen bosjes draadalgen en tussen de wortels van javavarens. Doordat ik zelf  's ochtends maar weinig thuis ben durf ik niet precies te zeggen hoe vaak deze vissen daadwerkelijk paren in de ochtend, doordat ik dit maar zelden zie. De laatste keer dat ik het paren waarnam waren direct na het afzetten van de eieren direct een aantal Botia Striata present om de eieren op te eten. Uit het gedrag van deze Botia's en het feit dat ze verder relatief weinig droogvoer eten ga ik ervan uit dat de eieren van Melanotaenia boesemani  wel regelmatig op het menu van de Botia's staan. Ondanks de eierrovers in mijn aquarium heb ik bij toeval toch een klein legsel kunnen redden. Vanwege groeiproblemen bij de planten en een daaruit voortkomend blauwe algen probleem heb ik eens een keer een paar planten ter redding overgeplant in mijn quarantaine aquarium die ik nog had staan van de aanschaf van de vissen en op dat moment gebruikte om wat te experimenteren met planten. Hiermee heb ik ook een aantal eieren overgeplaatst, waardoor ik na enige tijd in dit visloze aquarium verrast werd door vier piekkleine regenboogvisjes. Na het ontdekken van deze visjes ben ik ze gaan opkweken met in eerste instantie vloeibaar voedsel (Liquifry No.1) en Sera Mikropan.  Het vloeibare voedsel heb ik maar zeer kort gebruikt en ongeveer een week na de ontdekking ben ik ook regelmatig net uitgekomen artemia gaan voeren, wat de eerste 10 tot 12 weken samen met het Sera Mikropan het hoofdvoedsel is geweest voor deze vissen. Na zo'n 10 tot 12 weken ben ik langzaam aan overgestapt op andere soorten levend voer zoals watervlooien, volwassen artemia en later ook muggenlarve. Voor het droogvoer ben ik rond dezelfde tijd overgestapt op Sera Microgran wat een fijn granulaat voer is voor kleine vissen. Naarmate de vissen ook groter werden ben ik ook minder vaak per dag gaan voeren. De eerste 12 a 14 weken voerde ik ongeveer 5 tot 6 keer per dag, daarna is de frequentie van het voeren verlaagd naar 3 tot 4 keer per dag. Deze eerste jonge vissen heb ik helaas nooit tot volwassen grote zien uitgroeien, aangezien kort na het overplaatsen van deze visjes naar mijn hoofdaquarium er een ziekte in dit aquarium kwam (zie ook kopje ziektes op deze pagina). Hoewel deze ziekte op zich geen vissen in dit aquarium heeft gekost, was het gebruikte medicijn Unicell waarschijnlijk de oorzaak dat de jonge regenboogvisjes in dit aquarium het niet overleefde. 

Korte tijd hierna heb ik een nieuwe kweekpoging gedaan door wat plukken algen met eitjes erin over te zetten in het kweekaquarium. Mijn planning was om hieruit zo'n 10 tot 20 nieuwe visjes te kweken, wat er uiteindelijke ongeveer 75 bleken te zijn. Opvallend aan deze school was dat het voornamelijk mannetjes waren en dat in de complete school van 75 vissen slechts een stuk of 10 vrouwtjes zaten. Deze visjes heb ik op vergelijkbare manier opgekweekt als bovenstaand. Van deze school heb ik vijf visjes na een half jaar overgeplaatst in mijn hoofdaquarium. Op de foto links is goed te zien dat deze visjes na bijna een jaar redelijk goed op kleur zijn en ook al een beetje de lichaamsbouw beginnen te krijgen zoals volwassen mannetjes van deze soort hebben. De overige visjes uit deze school heb ik verkocht. Opvallend aan de visjes in de kweekbak was dat deze in groei en lichaamsbouw een behoorlijke achterstand hadden op de visjes die over gezet waren naar  mijn hoofdaquarium zwommen. Hoogst waarschijnlijk is dit te wijten aan het relatief kleine formaat van het kweekaquarium (60 cm) en het kleinere portie voer dat de visjes in de kweekbak kregen in vergelijking met de visjes in mijn hoofdaquarium.  Over deze soort nog wel eens gezecht dat de nakweek over het algemeen slechter is van kleur dan de ouders. Van de vissen die ik gehouden heb is hier echter niks van te zien. De drie mannetjes uit eigen kweek zijn momenteel zo'n 2,5 jaar oud en beter van kleur dan de meeste oorsponkelijke vissen die ik in dit aquarium had. Wat betreft formaat en lichaamsbouw doen de eigenkweek momenteel nauwelijks meer onder voor de oorspronkelijke vissen uit het aquarium. 

M. boesemani van ongeveer 8 à 9 weken oud

Mannetjes M. boesemani van ongeveer 12 à 13 weken oud

Mannetjes M. boesemani van bijna één jaar oud.

Voedsel
Deze soort is een redelijk gemakkelijke eter en zal zowel droog als levend voer eten. Voor een goede kleurontwikkeling van de vissen wordt het echter aanbevolen om ook regelmatig levend voer te geven aan deze vissen. In mijn eigen aquarium voer ik de vissen momenteel drie keer per dag, waarbij ik twee keer een klein portie droog voer geef met een automaat en 's avonds een groter portie. In de avond geef ik zo'n 3 tot 4 keer per week levend voer waarbij witte muggenlarve bij mij favoriet zijn afgewisseld met artemia en zo nu en dan ook rode muggenlarve. In het begin voerde ik ook wel regelmatig watervlooien, maar watervlooien zijn eigenlijk net iets te klein voor volwassen vissen van deze soort. Een klein nadeel in een beplant aquarium is dat deze soort tevens als bijvoedsel plantaardig voedsel eet, zodat ze ook van de planten kunnen eten. In praktijk valt dit over het algemeen wel mee. In mijn aquarium worden enkel nog wel eens blaadjes van de plant Heteranthera zosterifolia gegeten, wat waarschijnlijk komt doordat deze plant hele zachte tere bladeren heeft. Vanwege de snelle groei van deze plant vind ik dit persoonlijk echter niet zo'n probleem. Tevens voer ik zo nu en dan een klein beetje plantaardig droogvoer om aan de wens naar plantaardig voer te voorzien van deze soort. Een opvallend iets dat mij bij één van de vissen opviel die tijdelijk in een quarantaine bak zat is opgevallen is dat deze soort ook kleine slakjes eet. In het quarantaine aquarium wist één vis in enkele dagen bijna alle kleine slakjes uit dit aquarium op te eten. In de natuur zijn kleine schaaldiertjes (zoals slakken) een bijvoedsel voor deze vis, maar ik verwacht niet dat de vissen van deze soort in ieder aquarium slakken zullen eten.  

Ziektes
Regenboogvissen zijn behoorlijk sterke vissen, waardoor ze niet zo snel ziek zullen worden mits de waterkwaliteit in orde is. Een ziekte die in regenboogvissen literatuur meestal nadrukkelijk vermeld wordt is de ziekte vistuberculose.  Het blijkt dat deze ziekte regelmatig voorkomt bij het houden van regenboogvissen wat enigszins in tegenstelling tot de meeste andere soorten aquariumvissen waarbij deze ziekte slechts zelden tot uiting komt. Uitgebreide informatie over vistuberculose in verband met regenboogvissen is terug te vinden op de (Engelstalige) pagina Mycobacteriosis van de site Home of the Rainbowfish. Vistuberculose is een visziekte die niet te genezen is en in zeer zeldzame gevallen zelfs overdraagbaar op mensen. De enige remedie tegen deze ziekte is op alle vissen euthanasie toe te passen en alle planten, bodemmateriaal en decoratie weg te gooien, waarna het complete aquarium grondig ontsmet moet worden. Bij de aanschaf en de eerste maanden na de aanschaf van regenboogvissen is het dan ook erg belangrijk om de vissen goed in de gaten te houden op tekenen van deze ziekte. Bij mijn Melanotaenia boesemani heb ik tot nog toe geen verschijnselen gezien (op het moment van schrijven heb ik deze soort zo'n 10 maanden), hoewel ik wel tijdelijk twee verdachte vissen in een quarantaine bak heb gehad. Om deze ziekte te voorkomen is het bij voorbaat al vereist om gezonde vissen te kopen, maar het is zeker ook zaak om voor goede leefomstandigheden van de vissen te zorgen om te voorkomen dat deze vissen ziek worden. Zelf heb ik bij mijn eerste kennismaking met regenboogvissen van de soort Melanotaenia praecox deze ziekte in mijn eerste aquarium gehad en dit is zeker iets wat ik niemand toe zou willen wensen.

In mijn aquarium heb ik tot nog toe een aantal ziektes gehad met deze soort. Op een gegeven moment kregen alle vissen in mijn aquarium, waaronder ook deze regenboogvissen een doffe aanslag op de ogen. De oorzaak hiervan is mij niet bekend aangezien het water op zich in orde was. In eerste instantie heb ik deze ziekte proberen te bestrijden met het middel HS Unicell, maar zonder resultaat. Wel vermoed ik dat de jonge regenboogjes die ik toen ter tijd slechts kort in dit aquarium had niet goed tegen dit middel konden en hieraan dood gingen. Hierna ben ik met dit medicijn gestopt, waarna de doffe aanslag langzaam verdween. Enige maanden later heb ik dit nog één keer op een vis gezien, waarna het zonder behandeling met medicijnen ook weer vanzelf verdween na enige tijd. Een jaar of twee later stak dit zelfde verschijnsel weer de kop op. Dit keer heb ik er wederom niet voorgekozen om de vissen niet te behandelen en ook deze keer is het euvel na korte tijd vanzelf verdwenen. De oorzaak van deze ziekte ken ik niet, maar zoals veel ziektes in het aquarium zal een (tijdelijk) verslechterde waterkwaliteit wel een de boosdoener kunnen zijn dat deze ziekte vat krijgt op deze vissen.

Een chronisch verschijnsel dat ik zowel bij Melanotaenia boesemani als bij Melanotaenia praecox heb gehad is dat er een beetje witte aanslag op de lippen van de vissen zit. Dit lijkt vooral een reactie op stress te zijn, zoals na het vervoer van vissen of wanneer er te veel in het aquarium gewerkt wordt. De vissen lijken hierdoor niet gehinderd te worden, maar het is zeker geen fraai gezicht. Van een regenboog liefhebber heb ik ook nog eens gehoord dat hij het zelfde probleem had met Melanotaenia boesemani die hij in de handel gekocht had, terwijl hij het bij zijn overige vissen nog nooit gezien had. Wanneer dit verschijnsel te zien is bij regenboogvissen is het van belang de vissen wel goed in de gaten te houden, maar ik zou persoonlijk niet aan raden om direct met medicijnen aan de gang te gaan. Bij mijn eerste ervaringen met de soort Melanotaenia praecox heb ik dit wel met medicijnen proberen te behandelen, zonder een echt geweldig resultaat. Over het algemeen zal de witte aanslag na enige tijd wel verdwijnen en bij mijn eigen vissen zie ik het tegenwoordig nog maar af en toe. Ook heb ik via mijn e-mail wel eens vernomen dat een regenboogliefhebber dit verschijnsel voornamelijk te zien kreeg in beplante aquariums. Mogelijk is dit verschijnsel dan ook te wijten aan beschadigingen aan de bek tijdens al te actieve manoeuvres door de planten gedurende het paren. In mijn kweekbakje met relatief weinig planten heb ik zelf ook nauwelijks dit verschijnsel waargenomen aan de bekjes van de kleine visjes. 

Voetnoot
De foto's op deze pagina zijn afkomstig van mijn eigen aquariums.

Terug naar de hoofdpagina